Dé referentie voor kortfilm

DichtVorm: animatie meets poëzie

Dicht/Vorm Nederland

Dicht/Vorm is een project dat werd opgestart door het Nederlandse productiehuis voor animatiefilms Il Luster. Het bestaat uit twee series korte animatiefilms van telkens twee minuten die gebaseerd zijn op een gedicht. De serie Modern focust op hedendaagse gedichten van jonge Nederlandse dichters. De tweede reeks Klassiekers bevat tien hoogtepunten uit de gehele Nederlandse poëziegeschiedenis. In deze serie werd aan de filmmakers gevraagd zich ook door de stijl en context van de beeldende kunst uit de tijd van het gedicht te laten inspireren. Het project meet zich een multimediaal karakter aan niet alleen in de confrontatie van poëzie en film, maar speelt ook in op de nieuwe mogelijkheden van internet. Zo zijn alle films online te bekijken op de website Dichtvorm.nl, en kan je ze ook via podcasting bestellen. Op de website vind je overigens uitgebreide achtergrondinformatie rond de films, de makers en de dichters. De Nederlandse films werden ondertussen ook uitgebracht als dvds.

Dicht/vorm richt zich ook specifiek naar het onderwijs en voor beide series werd een bijbehorend lespakket ontworpen. Het project opent zich door zijn cross-over gehalte voor verschillende thema’s en benaderingen (poëzie, animatiefilm, kunstgeschiedenis, animatietechnieken). De nadruk ligt op discussie, het uitlokken van gesprekken en meningen over stijl en mogelijke interpretaties van het gedicht. In Nederland waren de lespakketten erg populair en het pakket Dicht/Vorm Modern werd in 2004 onderscheiden met de Comenius Medaille voor het beste Europese educatieve multimediaproject.

Wat de films zelf betreft, die overstijgen zeker en vast het louter educatieve gehalte. De confrontaties tussen woord en beeld resulteert in een brede waaier aan benaderingen, de een al vrijer of origineler dan de ander. Ook werd er aandacht besteedt aan het gebruik van zeer uiteenlopende animatietechnieken, wat een heel divers aanbod tot resultaat heeft.

Dicht/Vorm Vlaanderen

Het Brussels productiehuis S.O.I.L had in het verleden al enkele keren samengewerkt met Il Luster en vandaar groeide het idee om een gelijkaardig project ook in Vlaanderen te lanceren. In Vlaanderen vertrok men weliswaar van een iets anders concept, in de zin dat de nadruk lag op het enerzijds creëren van kansen voor jonge animatoren, en anderzijds een representatief beeld te geven van de dichtkunst in Vlaanderen; en natuurlijk om gelijktijdig beide media wat extra onder de aandacht te brengen. In december 2006 was er de release van de Vlaamse reeks, tijdens het Kortfilmfestival van Leuven en was daarna ook op ANIMA te bekijken. Onlangs werd ook bekendgemaakt dat de filmpjes Blauwblauw (Sandy Claes & Daan Wampers) en Met Mijn Kwantorslag (Pieter Vanluffelen) geselecteerd werden voor het festival van Annecy. Tijdens ANIMA organiseerde het IAK een gesprek rond het project met de verschillende betrokkenen (makers, producers, dichters) waarvan we hier een weerslag proberen geven aan de hand van enkele centrale thema's.

Nederland vs België

Voor het Vlaams project werd Geert Buelens aangesproken om een bloemlezing te maken van de hedendaagse dichtkunst in Vlaanderen. De regels die hem werden meegegeven waren dat de dichters maximum 50 jaar mochten zijn en dat de selectie een staalkaart moest zijn van de diversiteit van het Vlaamse poëzielandschap. Vervolgens werden afgestudeerde animatoren van de laatste vijftal jaar gecontacteerd en via collectieve voorstellingen in een aantal steden werd het project aan hen voorgesteld. Filmmakers kregen alle 100 gedichten mee, -waarbij de namen van de auteurs weggehaald waren- en konden vrij een selectie maken.

Vanzelfsprekend is de context van dit project erg verschillend in België dan in Nederland. Alleen al de dichtkunst van de twee landen is immers erg verschillend. De hedendaagse Nederlandse poëzie kenmerkt zich bijvoorbeeld door een groter performance gehalte, met een sterke invloed van de cabaretkunst en met de nadruk op het spel tussen woorden en klanken. Vlaanderen heeft dan weer een meer existentiële cathartische traditie. Volgens dichter Marc Van Tongele is dat soort dynamiek, het spelgehalte, die directheid en openheid in de hedendaagse Vlaamse poëzie nog zeer weinig zichtbaar, hoewel we onder invloed Van Ostaijen wel ook zo’n periode gekend hebben.

Nog een ander probleem is het imago van de poëzie, dat in de woorden van Tom Van de Voorde, verantwoordelijke poëzie bij het Vlaams Fonds voor de Letteren op zijn minst ‘bestoft’ valt te noemen. In Nederland zijn er al veel meer initiatieven geweest om de poëzie terug toegankelijker te maken voor het brede publiek, zo was er bv. een project met poëzie op vuilniskarren, maar vaak leidde dit ook tot een verregaande popularisering met evenementen zoals de Dichter des Vaderlands of de Nederlandse Dag van de Poëzie. In Vlaanderen blijven dat soort initiatieven voorlopig nog achterwege, hoewel er toch een lichte kentering merkbaar is, denk bijvoorbeeld aan het item Vrienden van de Poëzie in het human interest programma Man Bijt Hond. Ongetwijfeld kan een project als Dicht/Vorm hier een verdere opening creëren.

Confrontatie tussen dichter en filmmaker

Eén van de moeilijkheden met de hedendaagse DichtVorm reeksen is dat je werkt met levende auteurs. Het proces van kwaliteitsbewaring is een belangrijke maar moeilijke factor bij dergelijke initiatieven. Dichteres Jo Govaerts merkte op dat zij hier inderdaad ook een beetje schrik voor had. “Film is zo’n verschillend medium dat ik er zelf niks over kan zeggen, maar stel dat ik de film niet leuk zou gevonden hebben dan zou ik toch ongelukkig zijn.” Maar ze gaf toe erg verrast te zijn door het uiteindelijke resultaat: “Ik was heel verrast door de film en door de interpretatie die me heel geraffineerd leek. Ik zou zelf niet op die beelden zijn gekomen maar het is een perfecte vertaling van mijn gedachten... De nuances die erin zaten zijn ook de nuances die ik wou overbrengen. Maar tegelijk blijft het toch zo anders, omdat het zo’n totaal ander medium is.”

Maar het zou ook anders kunnen uitdraaien, in de zin dat een filmmaker een interpretatie zou geven van een gedicht die helemaal niet strookt met die van de dichter. Zou dat een probleem vormen? Volgens Geert Van Goethem van S.O.I.L. niet omdat de autonomie van de filmmaker in het proces juist erg belangrijk is en voor een zekere bevrijding kan zorgen; één interpretatie stimuleert ook weer tot het maken van andere interpretaties.

Langs de kant van de filmmakers, merkte Wouter Sel op dat zijn deelname aan het project zeker een nieuwe dimensie aan zijn werk heeft gegeven. Binnen de opleiding als animator wordt heel sterk gefocust op de animatiefilm als een soort narratief gegeven, je hebt een personage in een situatie, wat gebeurt er? Met Dicht/Vorm leerde hij dat het ook anders kan, door te vertrekken van een beeld en van daaruit diezelfde vraag te stellen.

Dichter Marc Van Tongele daarentegen vroeg zich af of het concept niet interessanter zijn door een andere werkwijze. Niet vertrekken van een literaire tekst, en dan iemand “plaatjes bij de praatjes te laten maken” maar door dichters en makers van in het begin samen te laten zitten. Hierdoor zou volgens Van Tongele de discrepantie tussen woord en beeld minder sterk zijn en tegelijk meer vrijheid zou ontstaan. Dichteres Jo Govaerts voegt hier echter meteen aan toe dat dit voor haar alvast niet zou werken: “Moest je mij bij het proces van filmen betrokken hebben zou het niet goed afgelopen zijn. Indien je dichter en filmmaker laat samenwerken krijg je in plaats van een sterke film en een sterk gedicht twee compromissen.” Regisseur Wouter Sel beaamt dat het voor hem ook belangrijk was om zichzelf het gedicht eigen te maken zonder meteen de visie van de auteur opgedrongen te krijgen, een samenwerking zou volgens hem ook eerder ‘een labiele symbiose' zijn.

Confrontatie woord/beeld

Heel veel films laten zich evenwel heel sterk leiden door de tekst en proberen de tekst van het gedicht ook in hun film te verwerken, op welke manier dan ook. Sommige filmpjes doen dit bewust niet (zoals Adembeneming) en gaan misschien daardoor een stap verder naar waar de confrontatie pas echt interessant wordt, want dan zit je als kijker niet meer zo te focussen op het gedicht. Het is immers ook niet alleen de tekst die een gedicht uitmaakt, ook ritme, compositie, klankkleuren en atmosfeer zijn elementen waar je als filmmaker mee kan gaan spelen. Maar het idee van ‘geïllustreerde gedichten’ is zeker een inherente problematiek van sommige filmpjes. In de tweede reeks van Il Luster, met de Klassieke gedichten was dit erg voelbaar omdat daar de tekst in voice over bij de beelden te horen was.

Anderzijds waren er binnen het Klassiekers project ook enkele verrassende interpretaties die precies voortkwamen vanuit de externe informatie rond het gedicht. Michiel Snijders van Il Luster geeft als voorbeeld het filmpje van Ik Hou Van Je, het lijkt een heel romantisch gedicht. Maar de filmmaker heeft dat zinnetje eerder vanuit een zeker obsessiviteit gaan uitwerken, vanuit zijn onderzoek naar het leven van de dichter, die achteraf bleek gek geworden te zijn. Dat heeft een zekere contrastwerking tot resultaat gehad, die op zich ook zeer interessant kan zijn. Volgens Il Luster kwam de dominantie van de tekst bij de Klassiekers ook voort uit het feit dat de doelstelling hier anders lag dan bij het Modern project. Terwijl bij Modern meer werd aangestuurd op een introductie tot en het uitlokken van discussie, op een ludieke manier; was het educatieve luik bij de Klassiekers veel sterker gericht op informatie rond gedicht en dichter, met de bedoeling van echt te gaan verdiepen in de Nederlandse poëziegeschiedenis en kunstgeschiedenis, twee disciplines die volgens hen te veel verwaarloosd worden in het hedendaags onderwijs in Nederland.

Een andere problematiek is de kracht van beelden. De filmmaker maakt beelden om bepaalde ideeën op te roepen bij de kijker, de dichter maakt woorden, waarmee hij bepaalde beelden wil oproepen bij de kijker. Een gedicht laat veel meer open aan de fantasie van de lezer terwijl een beeld op zich al een interpretatie is die erg sturend werkt. Denk maar aan literaire adaptaties in de cinema. De film gaat al snel het boek overheersen en je past je fantasie aan aan de beelden die je gepresenteerd worden. Film is in dat opzicht veel dwingender en het filmpubliek veel passiever. Bij een gedicht ben je verplicht om je eigen creativiteit er aan toe te voegen en wordt je medecreator. Volgens Jo Govaerts is het ook een andere instelling: “Sommige mensen hebben geen tekening nodig, andere wel." Volgens haar precies omdat het woord veel meer vrijheid laat aan de fantasie en in dat opzicht ook juist veel sterker kan zijn dan een beeld.

Volgens S.O.I.L. kan de visuele vertaling van een gedicht voor een zekere bevrijding zorgen in de zin dat het stimuleert tot andere mogelijke interpretaties. S.O.I.L. benadrukt dan ook, zeker in het educatieve luik van het project dat een filmpje slecht één mogelijke lezing is en dat er vele interpretaties mogelijk zijn. Tom Van de Voorde van het Vlaams Fonds voor Letteren, die ook een deel steun aan het project verleende, merkt echter meteen op dat die bevrijding omgekeerd niet zozeer opgaat, wanneer je na het zien van een filmpje terugkeert naar het gedicht is het moeilijk om de beelden te vergeten in je hoofd.

Multidisciplinair graag, maar wie betaalt?

Een andere thematiek die in dit project erg scherp wordt gesteld is de multidisciplinaire trend in de hedendaagse kunst en de theorievorming daarrond, en vooral, de onkunde van beleidsorganen om hier op in te spelen. De Vlaamse Gemeenschap stimuleert dit soort multimediale cross-over projecten misschien wel zuiver in theorie maar als het op concrete subsidieaanvragen aankomt loopt het maar al te snel spaak. Het Fonds voor Letteren bijvoorbeeld was wel geïnteresseerd in het project, maar kon hier beleidsmatig simpelweg niet mee omgaan omdat zij zich strikt gezien bezighouden met ‘literaire creaties’. Wat dan wel weer kon was een vertaling te laten maken van de gedichten, zodat het project ook in het buitenland kon gepromoot worden, maar een echte volwaardige subsidie zou er zuiver structureel gezien dus niet kunnen inzitten. Voor het VAF was er dan weer geen probleem omdat het afgewerkte product inderdaad films zijn, maar S.O.I.L. wees er wel op dat voor de verdere uitbouw van dit project meer structurele steun nodig is maar dat ze niet goed weten waar ze terecht kunnen. Ofwel val je onder audiovisueel, ofwel onder theater en podiumkunsten, ofwel onder literair; opdelingen die in het hedendaagse kunstendiscours in feite nog moeilijk houdbaar zijn en erg contraproductief werken. Maar die discussie zou ons nu te ver leiden.

Het gesprek rond Dicht/Vorm werd begeleid door Walter Provo (IAK), de deelnemers waren:

-producenten Geert Van Goethem (S.O.I.L.) en Arnoud Rijken en Michiel Snijders (Il Luster)
-Tom Van de Voorde (verantwoordelijke poëzie Vlaams Fonds voor de Letteren)
-dichters Erik Spinoy, Marc Van Tongele, Jo Govaerts (Vl) en Ruben Van Gogh (NL)
-filmmakers Wouter Sel, Kris Genijn (VL), en Sander Alt en Lucette Braune (NL)

Ils Huygens