|
Niet alleen kortfilm, maar dan ook nog eens Zuid-Afrikaanse kortfilm, je moet het maar doen. Het Open Doek filmfestival in Turnhout dat nog tot 30 april loopt, bracht in een focus op hedendaagse Zuid–Afrikaanse cinema ook een aantal kortfilms uit het land ten berge op maandag 24 april.
De laatste tijd is er dan ook sprake van een bescheiden hype rond de Zuid –Afrikaanse cinema , zeker nu de Zuid - Afrikaanse gangsterfilm ‘Tsotsi’ onlangs de Oscar voor buitenlandse film in de wacht sleepte en overal in de internationale pers te lezen stond dat Nelson Mandela ooit zelf varkentjes stal bij de buren. In afwachting van het uitkomen van gouden beer winnaar U-Carmen eKhayelitsha, kunt u nu al met een aantal kortfilms aperitieven.
De hele hetze heeft veel te maken met de verdacht commerciële inborst van de Zuid- Afrikaanse filmproductie. Daardoor kan je het land gerust een buitenbeentje noemen op het Afrikaanse continent.
Terwijl de Franstalige Afrikaanse landen vooral bij de traditie van de Europese auteursfilm aansluiting zochten, gaan Zuid - Afrikaanse regisseurs en producers eerder in de lijn van de Britten, Amerikanen en Indiërs veel aandacht besteden aan productionele waarden, ‘production value’. Sociale onderwerpen worden bijgevolg vrolijk doorspekt met melige sentimentaliteit en een sexy tempo, kortom filmisch aantrekkelijk amusement van de 21ste eeuw. Het resultaat is in de beste gevallen een verfrissende genremix van lokale en internationale filmstijlen en conventies.
Het festival bracht de kortfilms onder een aantal gemeenschappelijke noemers samen: ‘marginale gemeenschappen krijgen een stem’, ‘confrontatie tussen heden en verleden’, ‘zoeken naar spannende expressievormen’ en ‘stemmen in het Afrikaans’. Twee films springen met kop en schouders uit boven de rest: ‘Killer october’ en ‘Under the Rainbow’.
‘Killer October’ (2004) van regisseur Garth Meyer is geklasseerd als ‘zoeken naar spannende expressievormen’ en maakt dat je direct wat rechter in je luie zetel gaat zitten. De kortfilm begint net als de andere kortfilms met een spreuk “how do you guide someone on a journey, you guide who ever needs it”. We zien zwart –wit beelden van een medicijnvrouw en traditionele rituele voorwerpen. Een voice –over geeft uitleg, alsof de bijsluiter van een medicijn voorgelezen wordt . Etnografische documentaires in de trant van Jean Rouch komen voor het geestesoog, maar dreigende tribale muziek zwelt aan en we zien een jongen zijn overleden moeder ‘afleggen‘ en vervolgens verbranden volgens mysterieuze rituelen, aantrekkelijke exotische beelden die je als westerse kijker aan het scherm kluisteren. Op de reis die hij daarna aanvat, komt hij in de natuur allerlei geesten tegen , vooraleer hij de as van zijn moeder uiteindelijk uitstrooit op zijn eindbestemming.
In een fotografische esthetische beeld –en montagestijl wisselen zintuiglijke beelden van sjamanisme en spiritualisme elkaar af in een vreemde combinatie van documentaire en magie. Als westerse kijker vermoed je allerlei betekenissen achter de rituele handelingen die je echter niet kan begrijpen. Voor hetzelfde geld gaat het hier trouwens om totaal fictieve rituelen. Bij momenten lijkt dit de Zuid –Afrikaanse Blair Witch waarin je maar al te graag een eigen Afrikaanse filmstijl wil ontwaren. Maar tegelijkertijd moet je beseffen dat het traditionele, mysterieuze en bezwerende continent dat je in deze integrerende kortfilm te zien krijgt, toch wel volledig parallel loopt met de beeldvorming die in het westen over Afrika bestaat.
Iets heel anders is dan ‘Under the rainbow’ van regisseur Dean Blumberg uit 2002, omdat een radicaal hedendaags grootstedelijk Zuid –Afrika zonder compromissen in beeld wordt gezet. ‘Marginale gemeenschappen krijgen een stem’ zegt het Open Doek filmfestival over deze kortfilm. We volgen de nachtelijke wandeling van twee vrienden door de straten van Johannesburg, half gefilmd door veiligheidcamera’s. De ene is een harde jongen die zegt ‘streetlessons’ te geven aan het andere meer dromerige type, die wereldberoemd wil worden als danser. Net als in dé iconische film van de metropolitaanse ‘90 cinema ‘La Haine‘ cinema doorkruisen de jonge Afrikanen de lege pleinen en straten van hun stad. Zoals in ‘Tsotsi’ begin je je net in te leven met het duo, als een van de twee een gruwelijke moord begaat en je als kijker in shock wordt achtergelaten omwille van het gemak en de banaliteit waarop dit gebeurt. Door de harde criminaliteit van grootsteden als Johannesburg en Kaapstad in de kijker te stellen, is Under the Rainbow’ een typevoorbeeld van de nieuwe Zuid –Afrikaanse cinema. Op de een of andere manier wordt er door de filmmakers wel steeds begrip gevraagd voor de context waarin gangsters als sloppenwijkkinderen opgroeien.
De andere kortfilms konden wat minder bekoren, maar we overlopen graag eens de geniale momenten die elke film wel even kon bereiken. In het klassieke narratieve ‘Waiting for valdez’ zagen we kleine jongens elke avond wegsluipen om rond een kampvuur verhalen te vertellen over de avonturen van Valdez. Onderwerpen als herinnering en verhalen zien we als een rode draad door Zuid –Afrikaanse films lopen. ‘Considerately Killing’ is dan weer weinig inspirerende cinema maar kan toch wel een uitzonderlijk statuut claimen kortfilm mét seksscènes.
In het loodzware And there is dust van Gerhard Marx noteerden we als hoogtepunt de animatiestijl om in broodkruimels figuurtjes tot leven te laten komen. ‘When tomorrow calls’ van Louis Dutoit was even grappig door het scouts –padvinders -tropenpakje van de autoritaire Hollandse Afrikaanse vader in korte broek die zich in het Afrikaans staat op te winden. ‘Swing left Frank’ is white trash in het ergste soort. Frank met haarmatje wordt door zijn afzichtelijke vrouw betrapt in zijn caravan met een voluptueuze Afrikaanse. Note to ‘self is een pathetisch misbaksel van formaat, maar bevat wel een aantal modieuze shots van een verkeersongeluk. Het maniërisme van een elegante vrouwenhand met gouden kettinkje en perfect gelakte nagels op het asfalt verraad inspiratiebronnen van trendy modefotografen. ‘The one thing that fits’ is een poëtische identiteitscrisis die wat al te snel overkabbelt in een tevreden blij zijn met de dingen. Regisseur Inger Smith tekende wel voor een aantal mooie dromerige shots van een blonde meid in haar bad. ‘Life is hard’ gaat over een schoenpoetser die zijn enige kans op de lotto op stomme manier verspeelt. De sfeer in de winkel waar hij zijn misstap begaat is wel uitzonderlijk. Een vervreemdende mix van omgevingsgeluiden en close -ups van dagdagelijkse details toont dat deze regisseur wel wat in zijn mars heeft. Nu nog een scenario!
Al bij al zijn deze over het algemeen professioneel gemaakte kortfilms een bewijs van een draaiende industrie waarbij uit de massa –productie wel eens een meesterwerk kan komen bovendrijven.
Sarah Késenne
|