|

Als wij een puur arthouse festival waren zouden we een publiek aantrekken dat arthouse gewend is, maar geen publiek hebben dat kennis maakt met arthouse.
Het Filmfestival van Oostende breidt het kortfilmprogramma uit. Vorig jaar werden er 10 kortfilms vertoond, dit jaar zijn dat er in totaal al dubbel zoveel. Naast de kortfilms die in de Kinepolis spelen, biedt Vrijstaat O ook een eigen selectie aan en het team van het Internationale Kortfilmfestival Leuven stelt de Selected Shorts #13 voor, een compilatie-dvd met de beste Vlaamse kortfilms van 2010.
Het filmfestival haalt een oud concept weer van onder het stof: een kortfilm vóór een langspeelfilm om het publiek op een leuke manier op te warmen of af te koelen alvorens de lange filmtrip begint. Dankzij dit engagement maakt ook het grote publiek kennis met het kortfilmmedium. Een gesprek met Peter Craeymeersch van het Filmfestival Oostende en Sara Poesen van Vrijstaat O.
Kortfilm.be vroeg Peter Craeymeersch naar de ambities van het FFO, het commercieel gehalte en de samenwerking met de Dienst Toerisme.
In ruil kregen we de volgende primeur: vanaf 2012 reikt het Filmfestival Oostende een Vlaamse filmprijs voor de beste kortfilm uit!!!
Wie maakt de selectie en wat zijn de selectiecriteria?
Ik bekijk tussen de 100 en 150 films die succesvol waren op festivals in binnen- en buitenland en maak vervolgens de eerste selectie, samen met Marc Lybaert - (o.a.) docent binnen de vakgroep audiovisuele kunsten aan het Rits. Wij werken ook samen met het Internationaal Filmfestival Leuven en geven hen de gelegenheid om hun dvd Selected Shorts #13 met de beste Vlaamse kortfilms van 2010 te vertonen.
Premières zijn voor ons uitzonderlijk omdat de meeste afstudeerprojecten nog niet af zijn. Vorig jaar maakte Paroles de uitzondering omdat de montage op een haar na klaar geraakt was. Maar een kortfilm niet tonen omdat ik de première niet krijg zou ik nooit doen, dat vind ik het domste wat er is. Het forum voor die jonge gasten kan niet breed genoeg zijn.
We kiezen ook niet voor de zwaarste experimentele kortfilms omdat we het grote publiek niet willen afschrikken.
Sinds vorig jaar is het aantal kortfilms verdubbeld. Welk doel heeft het FFO voor ogen wat de kortfilms betreft?
Het FFO wil in de eerste plaats talent van eigen bodem naar voren schuiven en daar moeten we de jonge kortfilmmakers zeker bij betrekken. Op andere festivals merk je dat kortfilms apart vertoond worden. Dan krijg je een specifiek geïnteresseerd publiek dat vaak uit de professionele sector komt. Zo bereik je zelden het grote publiek en daar willen wij iets aan doen. Wij plaatsen kortfilms als voorprogramma van de hoofdfilm en laten de makers hun film inleiden zodat we de kortfilm ook niet zomaar op de mensen loslaten.
Hoe ambitieus zijn jullie naar de toekomst toe?
We zijn een heel jong festival, dit is nog maar de vijfde editie, maar op termijn willen we een ontmoetingsfestival worden waar Vlaamse filmmakers en jonge talenten elkaar in het begin van september kunnen ontmoeten. Wij proberen ook complementair te zijn met collega-festivals en te kijken naar wat wij kunnen bieden of hoe we elkaar kunnen versterken. Dat geldt voor het hele verhaal van de Vlaamse film. Ik zal jullie trouwens de primeur geven: volgend jaar reiken we ook een prijs uit voor de beste Vlaamse kortfilm.
Komt die nieuwe prijs voor de beste Vlaamse kortfilm van het FFO zelf of van een partner?
Van onszelf. Wij stellen een jury samen, maken de kortfilmselectie en schenken de prijs. Maar als wij een mediapartner vinden die daar meer ruchtbaarheid aan kan geven zullen we dat zeker doen.
Waalse films maken geen kans op jullie prijs?
Wij reiken Vlaamse filmprijzen uit en het zullen Vlaamse filmprijzen blijven. Wij selecteren films die majoritair Vlaamse producties zijn, maar een coproductie kan ook. We checken niet of ze minoritair of majoritair Vlaams zijn. Zolang er maar Vlaams talent bij betrokken is.
Hoe sterk is het FFO verbonden met de Dienst Toerisme van Oostende?
Ik ben directeur van de Dienst Toerisme en van het Kursaal en er bestaat een samenwerkingsovereenkomst met de stad Oostende. De Dienst Toerisme werkt puur organisatorisch voor het festival en zorgt voor de logistieke medewerking. Dat maakt het voor ons mogelijk om financieel de zaken rond te krijgen en een ploeg van vijftien mensen in te schakelen. Als je met festivalhoppers moet werken dan betaal je stukken van mensen.
Er wordt weleens beweerd dat Oostende een behoorlijk commercieel filmfestival is. Wat vindt u daar zelf van?
Dat is te zien vanuit welke hoek dat komt. Wij programmeren zeer breed, want we hebben ook een arthouse circuit. We toonden de premières van Portable Life en Quichote's Island, films die je bezwaarlijk commercieel kunt noemen. We organiseerden een literair programma rond Howl. We selecteerden ook Circumstance. Je moet daar eens naar kijken, dat is zeker niet commercieel. Wij willen ons volk betrekken. Als wij een puur arthouse festival waren zouden we een publiek aantrekken dat arthouse gewend is, maar geen publiek hebben dat kennis maakt met arthouse.
.jpg)
Sara Poesen werkt zowel tijdens het Filmfestival Oostende als in de loop van het jaar mee aan de programmatie van de kortfilmvertoningen in Vrijstaat O.
Op basis waarvan maakten jullie de kortfilmselectie tijdens het Filmfestival Oostende?
In de loop van het jaar programmeren wij één keer per maand kortfilms en documentaires en op basis van die selectie maakten we een favorietenlijstje voor het FFO. Wij kregen Het Grote Ongeduld op bezoek, bekeken de Selected Shorts #13 dvd, kregen tips van het IKL, Peter Craeymeersch leverde zijn bijdrage en Marc Lybaert selecteerde de Europese kortfilms. We vertonen dus ook enkele kortfilms die in de loop van het jaar al op het programma stonden.
Hoeveel bezoekers krijgen jullie gemiddeld over de vloer tijdens de filmavonden?
Tijdens het jaar zit het gezellig vol. Afhankelijk van de film schommelt het aantal tussen de 20 en de 40 bezoekers. Maar tijdens het FFO schrokken we wel van de lage opkomst.
Waaraan ligt die lage opkomst volgens jullie?
Wij zien vooral het overaanbod als oorzaak. Vier films - twee kortfilms en twee documentaires - was te veel van het goede. Bovendien was ons programma niet zo toegankelijk, hoewel we daar normaal gezien wel een publiek voor hebben. De vertoningen begonnen ook te vroeg. Mensen komen niet zomaar tijdens de week om 18u30 naar kortfilms kijken. De documentaires om 20u waren populairder. Een bijkomend probleem is dat het FFO kortfilms programmeert die wij nadien nog eens vertonen. Je hoort mensen die naar een populaire film gingen in de Kinepolis en achteraf zeer enthousiast vertellen over de kortfilm uit het voorprogramma (bijv. over Badpakje 46). Bij ons is de drempel groter.
Betekent de aanwezigheid van de makers geen meerwaarde?
Er waren minder regisseurs aanwezig dan vorig jaar. Tijdens het jaar beslissen wij over de programmatie en nodigen wij zelf de makers uit, maar voor het FFO legde Peter de contacten. Naast enkele documentairemakers hadden we enkel Annelies Van de Woestyne (Engelenbak) en Gilles Coulier (Paroles) te gast.
Welke organisatorische of inhoudelijke veranderingen zouden jullie graag doorvoeren naar volgend jaar toe?
We zijn volop bezig met de evaluatie en zouden het concept graag wat aanpassen. In plaats van gewoon een kortfilm te vertonen zouden we er iets rond kunnen doen. Het Grote Ongeduld en het filmconcert met Blackie and the oohoos trokken bijvoorbeeld wel veel volk. Marc Lybaert heeft dit jaar nochtans speciaal voor filmstudenten een debat tussen SABAM en SACD georganiseerd, maar er kwam niemand opdagen. Die avond was de zaal leeg en hebben we Na Wéwé (Oscarnominatie) zelfs niet vertoond. Het academiejaar is nog niet begonnen waardoor de studenten ook geen verplichtingen hadden. Toch was dat zeer jammer. Het concept van het FFO (één kortfilm gevolgd door een langspeelfilm) werkt ook beter dan ons systeem. Daarnaast zouden we het programma gebalder kunnen maken, zoals de Selected Shorts namiddag.
Wat is jullie doel voor de toekomst?
Vrijstaat O wil vooral de jonge makers ondersteunen en ervoor zorgen dat hun kortfilms meer dan één keer vertoond worden. We hebben allemaal wel een mening over de selectie van de kortfilms maar het is niet zo dat we ons in de toekomst tot een genre, stijl of school willen beperken. Hoewel we dit jaar wel specifiek voor Belgische kortfilms gekozen hebben. Het Grote Ongeduld valt nu weg en de organisatie daarvan is te groot voor ons, maar er worden wel gesprekken gevoerd met Niklaas Van den Abeele over de mogelijkheden die er bestaan. Bovendien willen wij ons in de toekomst zeker meer in het medium kortfilm verdiepen. Ikzelf kijk bijvoorbeeld geregeld op Kortfilm.be!
Het Filmfestival van Oostende deelde gratis tickets uit aan de kortfilmliefhebbers! De vijf winnaars kregen elk een duo-ticket voor een avondje Vrijstaat O op woensdag 7 september in Oostende. Hun favoriete kortfilm aller tijden verschijnt in onze 'Bekijk Online'-rubriek!
Brecht Masschaele
|