 "Concurrentie is het laatste waar je aan denkt als je in België met kortfilm bezig bent"
De piepjonge ploeg van Courtisane timmert al sinds 2002 aan de weg met een hyperactuele en interdisciplinaire programmatie van kortfilm, video en nieuwe media. Dit jaar werden ze tegen alle adviezen in uit Gods hand zelf beloond met structurele subsidies. Een gesprek met Dirk Deblauwe, Marie Logie en Thierry Vandenbussche..
Wordt kortfilm in België serieus genomen?
Thierry: Jazeker, vooral dan als opstapje voor de jonge cineast maar ook door regisseurs uit de reclamesector. Wel niet door de pers...
Marie: ...tenzij er een evenementieel kader is, zoals festivals.
Fungeren kortfilms dan altijd als een springplank naar langspeelfilms? Is de kortfilm, met andere woorden, een middel of een doel?
Marie: De twee kunnen naast elkaar bestaan. Sowieso willen we ons met Courtisane ook niet te veel vastpinnen op de lengte van een film.
Thierry: In het maken van een kortfilm kruipt ontzettend veel tijd. Ik heb nog niet veel mensen ontmoet die een kortfilm louter als middel beschouwen.
Welke grenzen hanteren jullie dan wel om films in aanmerking te laten komen voor het Courtisane-festival?
Marie: Ons reglement heeft het wel over een maximum van een half uur, maar er staat ook bij dat we daar uitzonderingen op maken. Een van de winnaars van vorig jaar, A.M.PM. van Herman Asselberghs, duurde bijvoorbeeld 47 minuten. Het probleem met die definities is dat ze beladen zijn en tegelijk veel uitsluiten. In de context van het Grote Ongeduld of het Internationaal Kortfilmfestival van Leuven denk je aan een bepaalde format, terwijl de kortfilms van bijvoorbeeld Kurt d'Haeseleer niet narratief opgebouwd zijn. We willen ons niet laten verlammen door een paar definities.
Dirk: Doordat Courtisane wat afwijkt van de stereotype idee over wat een kortfilm zou moeten zijn - een verhaal van 15 tot 20 minuten met een einde- is de scheidinglijn juist moeilijk te leggen. We gaan vooral op zoek naar experimenten die op een andere manier omgaan met die taal, zowel verhalend als vormelijk. Door de afwijking van de norm als criterium te gebruiken, zit je ook al snel tegen andere kunstendisciplines aan.
Marie: Na een kortfilm waarbij de camera een half uur op en neer gaat, laten we het publiek ook wel naar adem happen met een videoclip. Het is een uitdaging om mensen warm te maken voor dingen die ze niet kennen, maar het moet natuurlijk wel aangenaam blijven voor het publiek.
Thierry: We zijn wel experimenteel maar nog geen masochisten...
Marie: Soms. De ene is al een grotere masochist dan de andere!
Hebben jullie elk jullie eigen ding dat je in de programmatie wilt doordrukken?
Ja, ja!
Dirk: Dat is juist Courtisane. We programmeren met zijn vijven en wie goed oplet merkt dat ook wel op het festival.
Welk publiek komt naar kortfilms kijken?
Marie: Door evenementen kan je veel volk trekken, niet door de afzonderlijke films. Je moet realistisch blijven: het gaat om een beperkt publiek. Op Courtisane hebben we nooit meer dan een gemiddelde van 50 man per voorstelling. Je moet daar ook niet te veel van wakker liggen, want dat is gewoon zo. Als je videokunst programmeert trek je dat wel open naar een kunstminnend publiek.
Bestaan er buiten de festivalcontext andere mogelijkheden voor kortfilms?
Marie: In tegenstelling tot langspeelfilms, zijn kortfilms inzetbaar op de meest diverse plaatsen, van gemeenschapscentra en musea tot televisie, fuiven of concerten. Het blijven wel vaak nichelocaties waar ze ook niet altijd met de volle aandacht worden geprogrammeerd.
Wat is actueel de hoogste nood van de sector?
Thierry: Productie.
Marie: Voor distributie heb je al La Big Family. Wat ook nog ontbreekt is een databank die alle effectieve gegevens verzamelt. Nu is dat allemaal nogal versnipperd. De problemen van de kortfilm zijn niet groter dan die van de documentaire of videokunst. De audiovisuele sector draait gewoon nog altijd minder professioneel dan de podium -en beeldende kunsten. Videokunstenaars kunnen met hun werk makkelijker terecht in het circuit van de beeldende kunsten dan in de audiovisuele sector. Makers als Pieter De Buysser, die meer vertrouwd zijn met het podiumkunstencircuit, vertonen hun werk niet alleen op filmfestivals maar ook in theaterhuizen en kunstencentra dan in filmhuizen of -festivals. Het zal net zoals bij de beeldende kunsten om een gradueel proces moeten gaan.
Moeten kortfilms persé doorstromen naar het commerciële circuit?
Thierry: Kortfilms zijn al een tijdje geleden buiten dat circuit gegooid door de reclame -industrie. De financiële compensaties die er vroeger gegeven werden, werkten op de duur eerder averechts. Er werden lamentabele kortfilms gemaakt om die premies te kunnen opstrijken, en vaak werden die niet eens vertoond.
Dirk: Met Courtisane plannen we een aantal periodieke evenementen tijdens het jaar. Zo willen we meer vertoningsplaatsen creëren buiten de festivalcontext.
Marie: We willen ook de inspanning van een jaar lang werken, meer laten renderen dan enkel die paar dagen festival.
Dirk: Met festivals bouw je geen publiek op dat de zaken blijft volgen of het medium echt leert kennen. Je moet de mensen de kans geven dat stapsgewijs te doen.
Marie: De vzw Fonk van Cinema Zed doet dat al via dvd's en hun databank. Je mag echt niet onderschatten wat het festival in Leuven door tien jaar vechten heeft opgebouwd. Toen zij begonnen was het echt nog een woestijn. Het is dankzij hen dat wij na 4 jaar al staan waar we nu staan, omdat zij die markt toch al wat hadden opengewrikt.
Sarah Késenne en Jan Sulmont
|