Met Anémone won je de juryprijs op het IKL 2006, maar ook de ACE prijs op het Filmfestival van Gent. Je nieuwste film, Juliette, won in oktober de prijs voor beste Belgische kortfilm op het filmfestival van Gent en nu een fictie Wildcard op het IKL. Wat doet zo’n prijzenregen met een mens?
Elke prijs zorgt telkens weer voor een mix van ongeloof, vreugde, zoveel dingen tegelijk. Laat het ons adrenaline noemen. Het zorgt achteraf voor de nodige zelfzekerheid om je eigen ding te blijven doen maar maakt je anderzijds ook enorm zelfkritisch tegenover je nieuwe werk. Los van die prijzen was ik ook blij dat Anémone in de Off-selectie van Locarno draaide, en ondertussen ook in Londen.
Dus je bent goed geplaatst om festivals te vergelijken. Wat vind jij een leuk festival?
In België zijn de financiele en “mentale” steun die ik kreeg op zowel Leuven als Gent voor mij evenwaardig. Ze hebben me allebei even stil gemaakt. Logischerwijs was in Gent de overrompeling net iets groter en onverwachter, want het was mijn allereerste deelname aan een festival, met mijn derdejaars eindwerk. Ik wist op dat moment nog helemaal niet hoe mijn film bij een publiek zou onthaald worden. Die eerste overwinning was dus magisch. Vermits ik in Gent woon is het Filmfestival Gent iets waar ik een jaar lang naar kan uitkijken en me op enkele stappen van mijn deur 2 weken kan laten onderdompelen in een roes van films. Maar Leuven is natuurlijk een kortfilmfestival, waar alles gewoon in het teken staat van de kortfilm en dat is fantastisch.
Wat vind je nog specifiek aan het IKL?
Ik heb nog niet veel festivals bezocht die enkel en alleen in het teken van de kortfilm staan. Wat zo leuk is aan Leuven is de warme sfeer die er hangt. Mensen komen er echt met een hart voor de kortfilms. Er is geen onnodige decadentie, niet te veel show en vaak een heel sterke selectie bestaande uit verschillende luiken. Ik vind Leuven ook een heel ambitieus festival met een grote veelzijdigheid. Hun sterke drang om de kortfilm te promoten, bijvoorbeeld ook door het distribueren van DVDs, is denk ik vrij uniek in België.
Voor Anémone werkte je met onbekende acteurs. Denk je dat dit meespeelt in hoe het publiek en jury’s je film bekijken?
Persoonlijk werk ik zelf graag met acteurs die niet erg bekend zijn omdat ik het gevoel heb dat het de kijker ook zonder omwegen meeneemt in de film. Het personage wordt een verfrissend deel van de film, een fris gezicht dat voor de ogen van de kijker tot leven kan komen en niet aan eerdere rollen vasthangt. En uiteraard mag een film niet aanslaan omdat hij pronkt met een ster.
Voor de hoofdrol koos ik zeer bewust voor een meisje zonder ook maar enige ervaring. Lena Suijkerbuijk was de beste keuze als Pauline. Bij de casting merkte ik dat bij kinderen het gevaar van overacting nooit ver weg is, zeker als ze een sterke droom koesteren om het te maken als actrice. Maar Lena heeft van zichzelf een soort puurheid die me heel erg aanspreekt en perfect aansloot bij de rol.
Anémone en Juliette kregen een resem prijzen. Heb je een bepaalde succesformule die je ook in je volgende kortfilm kunt toepassen?
Ik ben net opnieuw beginnen schrijven, vermoedelijk wordt het nog een laatste kortfilm. Of die in dezelfde lijn gaat liggen? Dat weet ik nog niet. Ik merk ook wel dat er parallellen te trekken zijn tussen Juliette en Anémone , maar die zijn er niet bewust ingeschreven. Het werken met innerlijke werelden en bewustzijn inspireert me enorm, net als de stilte aan de buitenkant van een karakter, de oppervlakte in contrast met de chaos binnenin. En ook de kracht van de geluidswereld interesseert me meer en meer. Hoe die aspecten in de volgende film zitten, dat zal wel zien eens hij af is!
|