Dé referentie voor kortfilm

Interview met Jonas Geirnaert

Jonas Geirnaert moet zo ongeveer de meest succesvolle filmstudent zijn die België ooit had. Nog niet eens een diploma op zak, stuurde hij een voorlopige versie van zijn afstudeerproject op naar het festival van Cannes. Dat het hilarisch animatiefilmpje Flatlife, over de bewoners van een appartementsblok, de officiële festivalselectie haalde, was al een succes op zich. Maar daar zou het niet bij blijven. ‘Flatlife’ werd een echte hype en Geirnaert kreeg een Prix du Jury. Hij maakte van de gelegenheid gebruik om voor honderden televisiecamera’s zijn mening over George Bush Jr. diets te maken. Enkele jaren later is Geirnaert ook een succesvol televisiemaker geworden. Na het gelijknamige Canvasprogramma is zijn comedycollectief Neveneffecten nu samen met Bart De Pauw te zien in Willy’s en Marjetten. Een gesprek met een bijzonder bezige bij.

Hoe lang heb je eigenlijk aan ‘Flatlife’ gewerkt?

Twee jaar, van het allereerste idee tot de film echt op pellicule stond. Tussen het feesten door? Neen, ik was absoluut geen feeststudent. Ik zat af en toe wel op café, maar ik heb behoorlijk hard aan de film gewerkt.

Met succes. Weet je hoeveel prijzen ‘Flatlife’ ondertussen heeft verzameld?

Euhm, is het fout als ik dat vanbuiten weet? 31, denk ik. Da’s wel veel natuurlijk.

Heb je een idee waarom zoveel mensen de film leuk vinden?

Dat is natuurlijk altijd moeilijk in te schatten, zeker bij humor. Toen ik op papier zette hoe iemand met een bezem op het plafond klopt waardoor in het appartement daarboven een kader van de muur valt, vond ik dat zelf erg grappig. Maar na twee jaar wist ik absoluut niet meer zeker of dat wel zo was. Later, tijdens onze theatertour met Neveneffecten, projecteerden we Flatlife soms als voorprogramma. Ik keek toen mee, voor de teveelste keer, om de reacties van het publiek in te kunnen schatten. Het is leuk om hen te zien lachen, maar de reden waarom is vaak onvoorspelbaar. Flatlife heeft geen dialogen, misschien maakt dat de film universeler en is hij daarom in zoveel landen goed onthaald. In Rusland dacht iemand dat Flatlife een parodie was op de woonblokken in Moskou. “How do you know about the Russian appartments?”, vroeg hij (lacht).

Waar is je film nu nog te zien?

Door de prijs op Cannes liep hij op heel wat filmfestivals, van Brussel tot Buenos Aires! Maar veel festivals eisen dat de films maar één of twee jaar oud zijn. Dat loopt ondertussen dus op zijn einde. Flatlife was een paar keer op televisie, ook buiten België. En hij is uit op dvd in België, Frankrijk en Zwitserland. Of hij op YouTube staat? Ja. Ik vond de film ook terug op Google Video, maar iemand heeft hem er blijkbaar terug afgehaald. Mijn distributeur, misschien.

Eigenlijk moet je de film op een cinemascherm zien, natuurlijk. Na Cannes heb ik zelf contact opgenomen met alle Belgische distributeurs. Mijn voorstel was om Flatlife voor een langspeelfilm te laten zien. De distributeur zou dan betalen om 35mm kopieën te maken en ik zou die dan mogen houden om later te gebruiken. Het moest dus niet veel kosten, maar uiteindelijk is er niks van gekomen.

Kortfilmmakers krijgen vaak weinig kansen om hun werk te laten zien.

Het is echt zonde dat kortfilms zo weinig worden getoond. Een paar festivals, een keertje rond middernacht op Canvas en that’s it. Veel mensen weten gewoon niet dat kortfilm bestaat, terwijl ze wel eens aangenaam verrast zouden kunnen zijn. Toen ik zestien was, wist ik ook niks van het genre af. Maar ik nam deel aan een workshop animatie en daar zag ik een paar kortfilms die een grote indruk op mij hebben gemaakt. Het was echt een wereld die openging.

Je bent nu vooral bezig met televisie. Komt er een volgende animatiefilm?

Na Flatlife zijn de verwachtingen natuurlijk wel erg hoog. Als ik nog een humoristische animatiefilm maak, dan is de kans erg groot dat die ontgoochelt. Geen humor maken zou dan ook flauw zijn. Ik ben nu zelf niet met een animatiefilm bezig, neen. Maar de hoge verwachtingen zijn niet de enige reden, hoor. Ik deed vijf jaar lang bijna niks anders dan animatiefilm, het was gewoon eens tijd voor iets nieuws. En Flatlife opende heel veel deuren. Ik kreeg een paar aanbiedingen, van animatiefilmstudio’s en van een grote producent. We kregen ook de kans om met Neveneffecten iets voor televisie te doen en die hebben we gegrepen. Maar ik wil zeker nog animatie maken. Ik heb een paar ideeën voor kortfilms in petto, maar dat zijn nog lang geen scenario’s of storyboards. Het is efkes wachten tot ik weer heel veel zin krijg. Of dat nu binnen twee of vijf jaar is, maakt mij niet uit.

Volg je de animatiefilmsector ondertussen nog wat?

Ik heb net een reeks kortfilms gezien op het Filmfestival van Gent, als lid van de jury. Ik ben ook naar de eindwerken van het KASK gaan kijken, de filmschool waaraan ik zelf studeerde. Er zaten erg goeie dingen bij, maar…

Maar?

Als ik studenten één raad mag geven: hecht heel veel belang aan het scenario! Meer nog dan bij live action studentenfilms laat het scenario je bij animatie heel snel door de mand vallen. Veel animatoren willen zo snel mogelijk beginnen met tekenen. Maar de tweede versie van een scenario is zelden slechter dan de eerste. Nu ik eraan denk, eigenlijk zie ik het wel zitten om mee te werken aan een scenario voor een lange animatiefilm. Want daarbij rammelt het verhaal toch erg vaak. Je moet je publiek kunnen verrassen! Bij kortfilm lukt dat sneller, da’s een voordeel. Sommige korte animatiefilms zijn echte meesterwerken.


Jan Sulmont

Gerelateerd

Flatlife DVD (Come-and-see editie)