
Je studeerde aan het Stockholm Drama Institute. Was de filmschool een goede ervaring voor je?
Wel ik spendeerde heel veel tijd aan mijn eigen werk. Ik had al een master in beeldende kunst voor ik naar de filmschool ging, dus ik probeerde er vooral een eigen filmische stijl te ontwikkelen. In het algemeen beleefde ik er een goede tijd omdat ik er mijn DOP kennen, Askils, mijn editor Kristofer, en mijn componist Martin – maar tegelijk had ik een vreselijk moeilijke omgang met mijn proffen. Maar dat zal wel de bedoeling van filmschool zijn zeker; iets hebben om tegen te rebelleren.
Zijn er momenteel in Zweden veel kansen voor filmstudenten na hun studies?
De meeste zullen geen langspeelfilm maken. Maar ik vermoed dat het overal in Europa zo is. Sommigen belanden bij TV en andere in de reclamewereld.
Wat zou je graag anders zien?
De Zweedse cinema is momenteel niet erg cinematografisch. Het is nogal repetitief in het soort verhalen dat verteld worden. Ik zou in de toekomst liever een meer filmische aanpak willen zien. We hebben zoveel grote talenten in onze geschiedenis: Stiller, Sjöberg en Bergman natuurlijk. Ik hoop op meer persoonlijke verhalen en meer experimenten. Stoutere ideeën.
Er is sprake van een nieuwe Zweedse generatie. Voel je je daar deel van?
Ik ben momenteel mijn eerste langspeelfilm aan het afwerken, The King of Ping-Pong, wat –ik veronderstel- me deel doet uitmaken van de ‘officiële’ generatie. Maar ik heb altijd mijn eigen films gemaakt en om eerlijk te zijn, voel ik me nauwer verwant met de ‘old school’ Zweedse regisseurs, en met theaterschrijvers zoals Pinter en Beckett waar ik van houd.
Wat zijn zo de elementen die de jonge generatie kenmerken?
Spijtig genoeg, als je het mij vraagt, meestal een gebrek aan interesse in de filmische taal. Maar er zijn wel enkele regisseurs, zoals Ruben Östlund en Mikael Marcimains die naar mijn mening hun eigen stijl proberen te ontwikkelen.
Wat vind je belangrijk als je een film maakt. Zo lijkt het bijvoorbeeld dat je graag met alternatieve vertelstructuren experimenteert?
Ik probeer zo eerlijk en liefdevol mogelijk te zijn als ik een film maak. Maar, het is waar, ik hou van experimenteren en de grenzen uitrekken van het medium. Film is zo’n wonderlijk medium.
Je hebt heel wat prijzen gewonnen, maar wat was voor jou het meest memorabele moment?
In Cannes en Berlijn winnen was leuk. En al die retrospectieves ook natuurlijk. Het is verschrikkelijk maar ook goed gedwongen te worden je eigen films telkens opnieuw te bekijken.
Moodysson of Andersson?
Ik hield enorm van Moodyssons eerst, Show me Love (Fucking Åmål), en genoot ook van Together, die erg leuk was, maar ik vind zijn laatste films een beetje pretentieus en saai (nvdr: A Hole in my Heart, Container. Ik vind hem wel nog interessant en kijk er naar uit zijn volgende film te zien. Roy Andersson (You, The Living) is een genie in mijn opinie – maar hij is er nog niet in geslaagd een meesterwerk te maken. Ik hoop dat hij dat ooit wel doet. Jan Troell is ook één van Zweden’s beste regisseurs.
Nog andere regisseurs waar we moeten naar uitkijken op dit moment?
Ik vind Ruben Östlund interessant, Mikael Marcimains heeft talent. Maar kijk zeker ook uit voor Mani Masserath-Aagh, Jörgen Bergmark en Lisa Langseth.
Kan je Zweden een beetje beschrijven voor onze Belgische lezers?
Zweden...is moeilijk te beschrijven. Bekijk liever mijn films. Het is mijn versie van Zweden maar ik weet niet of het Zweedse toeristenbureau daar blij mee zou zijn. |