Petter Mattsson is als Festival Manager bij het Swedish Film Institute verantwoordelijk voor de internationale promotie van de Zweedse film. We hadden met hem een in-depth gesprek over de Zweedse kortfilmsector, de nieuwe talenten en de toekomstplannen van het SFI.
Wat zijn zo de belangrijkste trends in de Zweedse kortfilm en animatiesector?
Wat korte animatie betreft is Jonas Odell, wiens Never Like the First Time de Gouden Beer in Berlijn won op dit moment de grootste naam. Hij werkt momenteel aan een nieuwe korte geanimeerde documentaire. Maar Zweden heeft ook een heel sterke traditie op gebied van animatiefilms voor kinderen. Zo is er Uzi Geffenblatt en zijn vrouw Lotte Geffenblatt, die recent de film Aston's Stones maakten en Willy and the Wild Rabbit van Ylva-Li en Lennart Gustafsson die in Berlijn speelde. En de grootmeester is natuurlijk Johan Hagelbäck.
Bij de kortfilmmakers is Jens Jonsson één van de grote namen. Hij heeft heel wat succesvolle shorts gemaakt en heel wat prijzen gewonnen. Vorig jaar maakte hij een erg populaire TV-serie, Good Morning All the Children, een beetje een mix tussen David Lynch en Roy Andersson. Dus we zijn benieuwd naar zijn langspeelfilm The Ping Pong King.
Maakt Jonsson deel uit van een nieuwe generatie?
Ja. Zeker. Wat opvalt is dat veel van de nieuwe regisseurs uit het Noorden van het land komen, zoals Jonsson. Maar ook Patrik Eklund die met Situation Frank (een middellange film) present was in de Critics week in Cannes, is afkomstig uit Umea. Maar ook Jens Assur, een wereldbefaamde still photographer, die onlangs zijn eerste korte film The Last Dog in Rwanda maakte die oa de Grote Prijs won op Clermont-Ferrand.
Zijn er specifieke dingen die hen onderscheiden van vroegere generatie?
Ik ben niet zeker. Ze werken eerder verder binnen de Zweedse traditie van erg introspectief te zijn. Ingmar Bergman maakte films die erg suicidaal en deprimerend waren, het reflecteert de “darkness of Scandinavia”. Die nieuwe regisseurs hebben een gelijkaardige dystopische visie op de wereld zonder pseudo-intellectueel te zijn. Maar ze maken allemaal erg persoonlijke films die vrij deprimerend zijn en toch enorm fascinerend. Zoals bijvoorbeeld in de film Talk van Moodysson. Het centrale personage Birger is erg interessant, ik geloof dat hij later ook terug werd opgevoerd in Together.
Wat is de relatie met andere Scandinavische landen? Samenwerken of concurrentie?
In het algemeen werken we altijd samen omdat we zo’n kleine groep zijn die allemaal ongeveer dezelfde taal spreken, met uitzondering van de Finnen. Maar wat concurrentie betreft is er natuurlijk het grote succes van de Denen de laatste jaren met grote namen als Lars Von Trier en Thomas Vinterberg We zouden in Zweden met langspeelfilms ook meer aandacht willen krijgen. Maar zeker op gebied van kortfilms is Zweden minstens zo goed bezig als Noorwegen of Denemarken.
Hoe zou je de rol van het Swedish Film Institute omschrijven?
Wel het speelt een heel centrale rol als overheidsorganisatie. We ondersteunen films en er komt heel veel geld vanuit het SFI. Maar tegenwoordig worden ook heel wat films geproduceerd in de regionale filmcentra zoals Varmland. Naast films lanceren we ook andere nieuwe formats, zoals de telenovella, die we samen met een tv-zender produceren. Het gaat telkens om series van zo’n 7 ŕ 8u die elk jaar gemaakt worden en in premiere gaan in Göteborg.
Wat zijn de belangrijkste veranderingen in de Swedish Film Agreement van 2006?
Wel het basisprincipe blijft hetzelfde. De filmindustrie geeft 10 % van zijn inkomsten af. Er is wel wat discussie over of dit de beste manier is maar gezien we zo’n klein landje zijn is filmproductie bijna onmogelijk zonder het SFI. De regio’s beginnen nu wel een veel grotere rol te spelen. Nu, er is wel een nieuw beleid in de zin van meer geld voor minder films, maar dat geldt enkel voor langspeelfilms en niet voor kortfilm.
Wat vind je van het quota voor vrouwen?
Wel ik denk dat het een goed idee is, we hebben zoveel goeie vrouwelijke filmmakers in Zweden. Het is dus belangrijk om meer kansen voor hen te creëren.
Welke zijn de belangrijke festivals naast Uppsala?
Daarnaast is het belangrijkste waarschijnlijk Göteborg, waar jaarlijks bijna 110 000 tickets verkocht worden. Dat is een heel belangrijke plek omdat daar de industrie samenkomt en het is dé plaats om je film te tonen en verkocht te krijgen.
Is er iets typisch Zweeds in de Zweedse cinema?
Zoals ik al zei, we hebben de neiging heel persoonlijke films te maken. Het zijn niet zozeer films die toewerken naar een punchline maar eerder een beschrijving maken van een bepaalde state of affairs, situatie. Meestal met weinig personages. We zijn geen grote praters dus dat reflecteert wel goed de "Swedish soul".
En is er een typisch Zweedse vorm van humor?
Wel ik denk dat het te maken heeft met de invloed van Groot-Brittanië. De generaties vanaf de jaren '60 werden grootgebracht met Monty Python en dat soort zaken, en nu heb je Ricky Gervais en Martin Freeman. Dat werd een belangrijk deel van de populaire cultuur en dus is het normaal dat mensen die in de populaire cultuur werken dat ook reflecteren.
Bedankt voor het gesprek! |